10 November 2019

Gepubliceerd op 10 november 2020 om 07:00

Deze dag is een dag om nooit meer te vergeten.

Het is vijf uur als de wekker gaat.

Na een onrustige en korte nacht, worden mijn geliefde en ik wakker in een hotelkamer in Athene. Onze kleren liggen al klaar, nog net niet in de volgorde van aantrekken. Een grote ingepakte tas met daarop een nummer staat klaar en de laatste spulletjes gaan erin. 

We begeven ons naar het restaurant die speciaal voor ons, en nog een paar andere mensen open is gegaan op dit tijdstip.

Het is een belangrijke dag voor heel Athene.

Ik probeer nog wat gezonde voeding weg te werken maar makkelijk gaat het niet. Dan nog maar wat eten meenemen en in die tas. Best lastig, ik mis gewoon een krentenbol.

Om half zes is er nog een praatje voor ons, een emotionele film die het stukje ‘doorzetting’ of ‘volharding’ aanwakkert, nog een laatste succes, kaarten van het thuisfront en dan gaan we. We wandelen in het pikkedonker door de straten van Athene naar de bus die voor ons klaarstaat. Even goed zoeken, want er staan tientallen bussen klaar.

Daarna volgt een lange rit, door de stad, door de buitenwijken en door een stukje industriegebied om vervolgens de weg te vervolgen naar het dorpje Marathon.

Om kwart voor zeven, bijna een uur later, komen we daar aan bij een stadion alwaar honderden, nee, duizenden hardlopers verzameld zijn om de weg terug naar Athene te rennen, 42, 195 kilometer terug. Elk met een eigen doel.

 

Wij rennen voor Kika. Met zo’n dertig mensen zijn we naar Athene afgereisd om voor Kika te rennen.

We leveren onze tas in bij een bestelbusje van DHL met het nummer wat correspondeert met het nummer op onze tas. Even voor jouw verbeelding, er stonden bijna een kilometerlang busjes langs de weg naar het stadion.

Om half acht klinkt het 1e startschot en de wedstrijdlopers zijn weg. Hierna volgt elke tien minuten een nieuw schot en vertrekt er een nieuw start-vak met honderden lopers.

Om tien over half tien is het eindelijk onze beurt.

Al die uren hebben we wat op het grasveld gezeten en gewacht. Start-vak twaalf, de laatste, omdat het onze eerste marathon is.

We kijken elkaar in de ogen, knijpen nog even in elkaars hand en dan is daar is de startlijn. Langzaam rennen we ernaar toe. De lijn over en we zijn gestart.

Ik kan het bijna niet geloven, na ruim een jaar van voorbereiden, trainen, kilometers rennen loop ik de marathon van Athene!

Nu komt het erop aan, en ik voel de spanning. De eerste kilometers is de weg nog vlak en we rennen door het dorpje Marathon. Er staan mensen langs de kant die ons toejuichen en omdat we een grote lus door een deel van Marathon rennen komen we de lopers die eerder gestart zijn aan de andere kant van de hekken, op de andere helft van de rijbaan, tegen. Hee, een oranje Kika-shirt, en nog een, en we zwaaien en roepen uitbundig.

De zon breekt door, en gaat feller schijnen, de temperatuur loopt op. Hadden we vlak voor de start nog regen, na een uurtje rennen verdwijnen alle wolken en is daar de zon.

De eerste twintig kilometer zou vlak zijn, zo was ons verteld, alwaar we tot ongeveer twee en dertig  kilometer zouden stijgen.

Maar niets bleek minder waar.

Na acht kilometer gingen we voor de eerste keer omhoog en omdat de zon zo scheen, had ik dorst gekregen. Nu al…

Mijn geliefde en ik hadden samen een tactiek afgesproken.

We zouden twee keer vijftien kilometer rennen en dan het laatste stuk, desnoods op ons tandvlees, afmaken.  Als het echt warm zou worden, dan zouden we om de tien kilometer stoppen.

Maar nu waren we nog maar op acht kilometer.

Ik zag de weg omhoog en ik had vreselijke dorst. Zou ik zonder water de berg opgaan, met als risico dat ik bij de volgende waterpost al last van mijn spieren krijg en dan tweeëndertig kilometer moet gaan worstelen?

Ik zag onmiddellijk voor me hoe de training van negenentwintig kilometer, slechts een paar weken ervoor, zo’n worstelpartij was.

Met te weinig water op pad. Misschien ook wel een ietwat zware week eraan vooraf gehad. Bij vijftien kilometer had ik al dorst en voelde ik me moe in mijn lijf.

Daarna is het alleen maar strijd geweest in mijn hoofd en was ik in gevecht met mezelf tot negentwintig kilometer.

Boos, verdrietig, teleurgesteld, weerstand, echt alles kwam die training voorbij.

Meerder keren dacht ik eraan om te stoppen. En dat terwijl ik die week ervoor een cursus Mentale Kracht had gevolgd. Ik had eigenlijk alle tools in mijn rugzak zitten.

Ik was alleen te moe om ze op mezelf toe te passen en de emoties namen de overhand.

Achteraf een toptraining natuurlijk, maar op die ochtend vond ik dat totaal niet. Ik wees mezelf keer op keer af en van lekker hardlopen was geen sprake meer.

Als een film kwam deze training voorbij op de acht kilometer en ik besloot van onze tactiek af te wijken en ik koos voor water.

Ja, mijn lichaam zou het water gaan verwerken, dat kost energie en die energie zou ik heel hard nodig hebben om die berg op te rennen.

Dat risico nam ik. Het was warm, ik had nog een lange weg te gaan, dus ik koos voor m’n lichaam in plaats van voor de tactiek.

Een bekertje water erin en hop, daar gingen we.

Bij vijftien kilometer was de volgende stijging, en het was warm.

Bij negentien kilometer kwam al de berg die heeeeeel lang omhoog zou gaan. Ik wist, we gaan tot voorbij de dertig kilometer alleen nog maar omhoog.

Mijn benen werden zwaar, en ik had alleen maar dorst. We renden langzamer dan afgesproken, en stopten vaker dan afgesproken.

Mijn geliefde gaf dat aan.

Hij had het daardoor zwaar. Ik begreep hem, hij is een lange man dus langzaam hardlopen is voor hem verschrikkelijk. Ik begreep ook dat ik me niet aan onze afspraak hield.

En daar was opnieuw het gevecht in mijn hoofd. ‘Ik wil deze marathon uitlopen, we rennen voor Kika. Die zieke kindjes die in het Maxima Ziekenhuis liggen, die hebben pas pijn, die zijn pas moe.

Die zouden er de wereld voor over hebben om hier in Athene te zijn. Wat zeur ik nou over pijn, dorst of moe.

In Nederland leven heel veel mensen met ons mee, ze hebben ons al die maanden geholpen, door geld te doneren voor Kika, en veel geld ook.

We hebben 12.000 euro opgehaald.

Opgeven is sowieso geen optie.

Misschien moet ik verder op mijn eigen manier, en mijn geliefde laten rennen op zijn manier.’ Dit ging allemaal door mijn hoofd. En dat laatste zei ik tegen hem “Ga anders alleen verder, op jouw tempo.”

Geen optie, we zijn dit avontuur samen aangegaan, en maken dit samen af, zo zei hij.

Dus de tools uit mijn rugzak gehaald en daar gingen we weer.

Rennen kan ik, dat doe ik al maanden, dus vandaag ook. Ik spreek mezelf stevig toe, en we trotseren samen die berg.

Kilometers lang rennen we langs de vangrail, want meer zien we niet.

De weg van Marathon naar Athene is gewoon een hele lange saaie weg, over de snelweg.

Af en toe komen we wat huizen tegen, waar nog een paar verdwaalde toeschouwers ons staan toe te juichen.

Dit geeft moed.

Op achtentwintig  kilometer zien we ineens een boel oranje langs de kant, een spandoek, oranje jassen.

Daar staan mensen van Kika. Applaus, juichen, alles. Er worden foto’s van ons gemaakt en we lachen.

Opnieuw krijg ik energie, en we gaan weer door.

En dan ineens rennen we een stukje vlak en gaat de weg weer naar beneden. Wat een verademing. We weten, het laatste stuk is begonnen, we hoeven er nog maar tien!

We hadden nog een stukje kauwgom, energy-gum, en die nemen we. Mijn kuiten deden pijn van al dat klimmen maar dat voelde ik pas op de weg naar beneden. Eenentwintig kilometer omhoog hadden zo z’n weerslag op mijn kuitspieren. Ik voel de energie van die kauwgom letterlijk door mijn lichaam stromen. De pijntjes verdwijnen, de moeheid verdwijnt en ik kan weer door.

Athene doemt op.

Nou klinkt dat mooier als de werkelijkheid.

Kilometers industriegebied en de buitenwijken van Athene zien er oud en vervallen uit.

We naderen de stad zelf, we gaan nog een enorme tunnel door. Misschien is hij minder enorm in het echt, maar na zevenendertig kilometer rennen in de warmte, het was ondertussen 23 graden, vond ik het een enorme tunnel.

Opnieuw naar beneden rennen en aan het einde omhoog rennen.

Ik kreeg het niet meer voor elkaar dus even een stukje wandelen.

Om ons heen liepen meerdere hardlopers. De marathon van Athene is door de twintig kilometer omhoog rennen een van de zwaarste van Europa

De bocht om, en nog een bocht om en dan horen we in de verte onze naam roepen.

Ik had na al die kilometers niet meer gedacht ze nog tegen te komen op de route maar daar stonden ze gewoon!

Ricky en Jeffrey, vrienden van ons, die speciaal voor ons naar Athene gereisd waren om ons aan te moedigen.

Ik viel in hun armen, ik brak, tranen begonnen als vanzelf te stromen, zo moe, en tegelijk ook zo trots dat we al zover waren.

De finish bijna in zicht, we hoefden nog maar drie kilometer. Drie kilometer, die aanvoelden als tien!

Jeffrey haalde nog een pakje vruchtensap uit zijn tas.

Jemig, wat was die lekker. Nog een knuffel en daar gingen we, het laatste stukje.

Ricky en Jeffrey renden nog een stukje met ons mee, wauw, wat een boost gaf dat nog even.

En wat vind ik die twee lief!

Op eenenveertig kilometer nog een kleine stop in de schaduw, want het laatste stuk wilden we natuurlijk in een keer uitrennen.

En daar gingen we, de finish tegemoet.

De hoek om, de straat door. Op de balkons werden we toegejuicht. Mensen lang de kant riepen onze naam.

Een nieuwe straat in en daar rees voor ons een immens oud stadion (Panathenaic Stadium, waar de allereerst moderne Olympische Spelen plaatsvonden) voor ons op.

Het was adembenemend.

De laatste kilometer ging vanzelf.

Het stadion werd groter en groter en we renden naar binnen.

Muziek, mensen, applaus en we renden hand in hand de finish over. Zo overweldigend.

Een paar meter verderop kregen we allebei een schitterende medaille omgehangen.

Het was klaar, ik heb het gehaald, ik heb het gedaan, we hebben dit samen gedaan. Ik laat de hand van mijn geliefde niet meer los en in een trans van vermoeidheid, ongeloof, blijdschap, opluchting, wandelen we naar de andere Kika-lopers die voor ons gefinisht zijn.

Even bijkomen. We maken foto’s, foto’s van ons, van ons met onze medaille en langzaam kom ik weer een beetje op aarde.

Het heeft nog lang geduurd voor ik er woorden voor had.

En nu nog…en jaar later kan ik nauwelijks bevatten dat ik een marathon gerend heb.

IK.HEB.EEN.MARATHON.GEREND


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Chrissie
een jaar geleden

Zoooo trots op jou!

Ricky
een jaar geleden

En ik zit weer te janken achter m'n laptop. Mooi verwoord lieve Frederike, ik voel alle emotie weer bovenkomen. Het was zooo verschrikkelijk mooi om jullie te zien. Ik ontplofte zowat van alle emoties en krijg nog waterlanders als ik er aan terug denk. Ongelooflijk trots op jullie beiden en zo verschrikkelijk dankbaar dat wij hiervan getuigen konden zijn.