Aannemen...

Gepubliceerd op 26 september 2020 om 12:36

‘Aannemen’, daar mocht deze cursusdag over gaan voor mij. ‘Vind je dat lastig? vroeg Jawi, en ik knikte. Toen hij de vraag een paar dagen eerder stelde, ging er van alles door m’n hoofd. En laat ik daar nou precies niet willen zijn, in mijn hoofd.

Ik ga heel goed op de mannelijke energie, zo bleek op dag 1. Daadkracht, snelheid, actie ondernemen, op eigen benen staan, alles zelf doen…

Ik voelde, het is tijd om meer te voelen, nog meer, niet alleen als ik me er bewust van ben, maar ook onbewust.

‘Aannemen’ iets wat ik niet goed kan, wat oncomfortabel voelt, voelen dat iets voor mij is, dat er ook genoeg voor mij is.

 

Later op de dag, we zitten met Jawi met een groepje mooie vrouwen waar we deze reis mee zijn begonnen, want zo voelt het, bij elkaar. Hij gaat een nieuwe werkvorm uitleggen. Daarvoor ben ik daar, ik volg een cursus systemisch coachen in de natuur en ik kom daar om te leren. Ik wil leren hoe ik het systemisch werk kan toepassen tijdens mijn coaching. Je brengt jezelf mee in de cursus, jezelf met je rugzak, met je triggers, met je pijntjes, want die hebben we tenslotte allemaal.

 

Jawi vertelt, we gaan een oefening over ‘uitreiken’. Iets wat we als baby, als kind, allemaal gedaan hebben. Uitreiken naar je moeder, naar je vader, voor liefde, warmte, aandacht.

Ik voel mijn hart al sneller kloppen, pijn in mijn keel, en ik weet, dat is emotie. Het mag er zijn, ik kan het zien. Jawi vertelt verder, wat er met een kind gebeurt als het uitreiken niet beantwoord wordt, dat een kind vanzelf stopt omdat het te pijnlijk is, en de rest van zijn of haar leven gelooft dat ze alles alleen moeten doen, er niet genoeg voor hun is, niet genoeg liefde, of geld.

 

En dan gaan we de oefening doen, volle angst vooruit…ik voel de pijn, en ik weet, het gaat nog meer pijn doen.

We doen de oefening met z’n tweeën. We beginnen, m’n hart klopt, pijn in m’n keel, ik kan de pijn zien, tranen stromen en m’n brein flipt*. M’n brein herkent deze pijn, en de gedachte komt op met de oefening te stoppen. Ik blijf ademhalen, ik herken het gevoel. Met m’n ogen dicht bewogen mijn handen centimeter, voor centimeter naar de handen van de ander. Ik reik uit, iets wat ik nog nooit gedaan heb. Ja, misschien toen ik net geboren was, daarna lag ik in een klein bedje en konden mijn ouders weken lang achter een raam naar mij kijken.

Ik wil stoppen met de oefening, gedachten als ‘er is niemand voor mij’, ‘ik kan het wel alleen’ komen op. Gedachten waar ik mee groot geworden ben.

Afgelopen jaren heb ik leren vertrouwen. Ik heb geleerd dat deze pijnlijke gedachten horen bij een klein meisje en niet bij wie ik nu ben. Ik spreek mezelf toe, en centimeter voor centimeter reik ik uit. Dwars door de pijn, de angst, en het verdriet heen. Het duurt lang en dan pakken een paar handen mijn handen vast. Ik open mijn ogen en kijk in een paar liefdevolle ogen. Ik haal diep adem, en nog een keer. Ja, er is ook genoeg voor mij, ik ben niet alleen, ik hoef het niet zelf te doen, ik kan uitreiken, ik mag aannemen…en langzaam ontspan ik.

 

Wat een mooie oefening. Zo heftig voor mij, maar zo nodig. Ik had het nergens anders willen doen, met niemand anders willen doen, het was tijd. Tijd om te voelen, en tijd om aan te nemen.

 

*flipt brein= je gaat uit je logische denken (iets nieuws), daar kom je ook niet meer bij. Je schiet in iets ‘ouds’, in de overlevingsmodus (vluchten of vechten)

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Ingrid
een jaar geleden

Mooi en herkenbaar proces Frederike! Mooi verwoord.